De inzet van AI binnen organisaties valt binnen het bereik van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) zodra AI structureel invloed heeft op de organisatie, het werk of de arbeidsomstandigheden. AI is dan geen technisch hulpmiddel meer, maar onderdeel van besluitvorming over de inrichting van processen, de inhoud en verdeling van werk en de manier waarop medewerkers worden aangestuurd, beoordeeld of gemonitord.
In die fase heeft de ondernemingsraad formeel recht op informatie, overleg, advies en instemming. Dit juridische referentiekader laat zien welke WOR-artikelen van toepassing zijn en wanneer.
Dit kader sluit aan op het artikel op LinkedIn AI als reorganisatieverhaal: waarom ondernemingsraden verder moeten kijken dan de belofte, wordt beschreven hoe AI steeds vaker wordt ingezet als strategisch verhaal over de toekomstige inrichting van organisaties. Dit document richt zich specifiek op de formele juridische positie van de ondernemingsraad.
Zodra AI invloed heeft op werk, organisatie of arbeidsomstandigheden, is medezeggenschap niet vrijblijvend maar formeel vereist. De WOR biedt de ondernemingsraad duidelijke instrumenten om AI niet alleen te volgen, maar ook inhoudelijk en juridisch te toetsen. Dit referentiekader helpt ondernemingsraden om hun positie scherp te bepalen en het gesprek met de bestuurder op het juiste moment en op het juiste niveau te voeren.
Wanneer wordt AI formeel relevant voor de ondernemingsraad?
De invoering van AI begint vaak als experiment, pilot of strategische verkenning. In die fase wordt AI nog regelmatig gepositioneerd als technisch hulpmiddel of innovatie, en wordt betrokkenheid van de ondernemingsraad soms uitgesteld omdat er formeel nog geen besluit voorligt. Die benadering doet geen recht aan de impact van AI.
Juist omdat AI steeds nadrukkelijker onderdeel wordt van hoe organisaties werken, hoort het onderwerp vanaf het begin thuis op de gesprekstafel tussen bestuurder en ondernemingsraad. Niet omdat er al formele besluitvorming plaatsvindt, maar omdat de vragen die AI oproept raken aan de kern van de organisatie: hoe werk wordt ingericht, hoe taken verschuiven en welke effecten dat heeft op mensen.
Zolang AI wordt verkend zonder directe gevolgen, is er formeel nog geen sprake van advies- of instemmingsplicht. Maar wachten tot AI structureel is ingevoerd voordat het gesprek wordt gevoerd, betekent dat aannames, richting en uitgangspunten al zijn vastgelegd. Dan verschuift betrokkenheid van meedenken naar reageren.
De betrokkenheid van de ondernemingsraad moet daarom niet starten bij het moment waarop besluiten worden geformaliseerd, maar bij het moment waarop AI onderdeel wordt van de strategische gedachtevorming. Juist daar is nog ruimte om gezamenlijk te verkennen wat AI betekent voor de organisatie en welke keuzes daarbij passen.
Duidelijk overzicht van de WOR artikelen, de Ondernemingsraad en AI
Artikel 24 WOR – Algemene gang van zaken
De ondernemer bespreekt met de ondernemingsraad:
- welke advies- en instemmingsaanvragen in voorbereiding zijn
- welke strategische ontwikkelingen daaraan ten grondslag liggen, waaronder de inzet van AI
- op welke wijze en in welk stadium de ondernemingsraad wordt betrokken bij het tot stand komen van deze besluitvorming
Bij AI betekent dit dat de OR tijdig wordt meegenomen in strategische trajecten en niet pas wordt geïnformeerd wanneer plannen al zijn uitgewerkt.
Artikel 25 WOR – Adviesrecht
DDe ondernemingsraad heeft adviesrecht bij belangrijke besluiten, waaronder:
- de invoering of uitbreiding van AI en andere technologische voorzieningen
- reorganisaties of herinrichting van werkprocessen waarbij AI een rol speelt
- belangrijke investeringen in technologie met gevolgen voor werk en werkgelegenheid
Wanneer AI in belangrijke mate wordt gebruikt als onderbouwing voor organisatorische ingrepen, valt dit onder het adviesrecht van de OR.
Artikel 27 WOR – Instemmingsrecht
IInstemming van de ondernemingsraad is vereist bij regelingen die betrekking hebben op:
- arbeidsomstandigheden
- personeelsbeoordeling, prestatiemeting of monitoring
- verwerking en gebruik van persoonsgegevens van medewerkers
Veel AI-toepassingen raken direct aan deze onderwerpen. Zonder instemming van de ondernemingsraad zijn dergelijke regelingen niet rechtsgeldig.
Artikel 31 WOR – Informatierecht
De ondernemingsraad heeft recht op alle informatie die nodig is om zijn taak goed te kunnen vervullen, waaronder:
- doel, werking en toepassingsgebied van AI-systemen
- de rol van AI binnen processen en besluitvorming
- de verwachte effecten op werk, functies en arbeidsomstandigheden
Dit recht stelt de OR in staat om niet alleen het besluit, maar ook de aannames en onderbouwing daarachter te beoordelen.
Aanvullende rechten van de ondernemingsraad
Naast bovenstaande artikelen beschikt de OR over aanvullende bevoegdheden:
- Artikel 23 WOR – Initiatiefrecht: de OR kan zelf het onderwerp AI agenderen en voorstellen doen over de inzet ervan
- Artikel 16 WOR – Recht op deskundigen: de OR kan externe deskundigen inschakelen om de inzet en gevolgen van AI te laten beoordelen



